Aan heiligen werden vroeger vaak geneeskundige krachten toegeschreven en dat bracht al gauw een processie op gang van gelovigen die genezing zochten. In een schitterend uitgevoerde trilogie worden nu alle plaatsen in Nederland geinventariseerd waar ooit bedevaarten werden gehouden. Het blijken er ruim 650. Het eerste deel is nu verschenen en maakt duidelijk dat de reformatie alles in het werk stelde om 'paaps bijgeloof' met wortel en tak uit te roeien.
Reformatie dwong katholieken hun heiligen in stilte te aanbidden
Nederland telt ruim 650 bedevaartsplaatsen
Door ANDRE HORLINGS
<- Het 'wonder van Amsterdam'op een Middeleeuwse houtsnede.
In Amsterdam wordt in de nacht van zaterdag 14 maart weer de 'Stille Omgang' gehouden. Dat is de bekendste Nederlandse bedevaart, in elk geval van boven de 'grote rivieren'. De aanleiding is een merkwaardig verhaal: In 1345 diende een priester een doodzieke man de laatste sacramenten toe. Hij braakte de hostie echter weer uit in de brandende haard. Maar het stukje brood verteerde niet. Het sacrament werd door een priester meegenomen, maar keerde op miraculeuze wijze terug naar de man, die verder ook in leven bleef. Zijn huis werd vrijwel meteen een bedevaartsoord en al het volgend jaar beloofde bisschop Jan van Arkel van Utrecht bezoekers veertig dagen aflaat; strafvermindering in het vagevuur.
Sindsdien wordt het 'Wonder van Amsterdam' jaarlijks herdacht. Aanvankelijk met een processie waarbij de (toch vergankelijk gebleken, dus steeds weer nieuwe) hostie werd meegedragen, later beperkt tot een kerkelijke plechtigheid. Sinds 1810 zijn er berichten over een nieuwe 'ommegang'. In 1881 kreeg de tocht van in meditatief gepeins verzonken zwijgende mannen een officieel karakter. Vanwege de grote belangstelling waren er in de jaren '50 van deze eeuw drie nachten nodig voor de wandeling door o.a. Kalverstraat, Nieuwendijk en Warmoesstraat. Door een teruglopende interesse, waarbij het toelaten van vrouwen ook niet bleek te helpen, werd dat aantal in 1968 beperkt tot een. Sinds het 650-jarig jubileum in 1995 heeft het ritueel, waar tussen half twaalf 's avonds en drie uur 's nachts rond 8000 mensen aan deelnemen, een sterk oecumenisch karakter.
Verrassend veel heilige plaatsen
Nederland telt veel 'heilige plaatsen' die ooit, nog steeds of sinds kort bedevaartsoord waren of zijn: zeker 650. Dat is aanzienlijk meer dan Peter Jan Magry en Charles Caspers hadden verwacht. Zij zijn de samenstellers van het boek 'Bedevaartsplaatsen in Nederland', waaraan ruim honderd onderzoekers hun medewerking verleenden. Intussen is deel 1 is verschenen; een dikke, rijk geillustreerde pil van bijna 900 pagina's waarin 210 religieus geinspireerde tochten in grotendeels 'hervormd' Nederland' worden besproken. Noord-Brabant en Limburg krijgen elk nog een eigen deel; waarschijnlijk net zo omvangrijk.
Alleen al deze indeling maakt duidelijk dat de reformatie in de 16e eeuw zijn sporen heeft nagelaten. Voor de hervorming was heel 'Nederland' rooms-katholiek. Streng reformatorische bolwerken als Tholen in Zeeland en Lunteren in Gelderland waren ooit bedevaartsplaatsen. Na de Beeldenstorm van 1566 namen de protestanten vele monumentale kerken over. Alles wat riekte naar 'paepsche superstitien' (paaps (= katholiek) bijgeloof) werd verwijderd. In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werden publieke katholieke manifestaties verboden, al blijkt uit tal van verslagen over 'openlycke afgodery' dat sommige processies en bedevaarten nog geruime tijd illegaal door bleven gaan.
Het onderzoek naar bedevaartsplaatsen in Nederland ging in 1993 van start, in opdracht van het P.J. Meertens-Instituut in Amsterdam. Met het resultaat - wetenschappelijk verantwoord, uitvoerig omschreven, rijk geillustreerd en zeer toegankelijk - rekent 'Het Bureau' definitief af met zijn tot nu toe min of meer folkloristische imago.
Heilzame reisbestemming
Volgens de criteria in het naslagwerk beschikt een bedevaartplaats over een 'heilige' ruimte die door bezoekers als bijzonder heilzaam wordt ervaren. Zij ondernemen uit traditie een kortere of langere reis om de plek te bereiken. Hun bijzondere aandacht gaat uit naar een cultusobject - een beeld(je), relikwie, bron of herinnering. Van alle heiligdommen wordt vermeld waar ze te vinden zijn, wie of wat er wordt vereerd, wat daartoe de aanleiding was en hoe het de bedevaart in de loop van de tijd is vergaan.
Dat levert schitterende verhalen op. In de Middeleeuwen was er een levendige handel in botten van heiligen met certificaat-van-echtheid. Vaak was de verwerving van zo'n reliek aanleiding voor een eerbiedige optocht. Het feit dat aan vele heiligen geneeskundige krachten werden toegeschreven deed zieken bij hen om genezing smeken. Soms werden 'gestigmatiseerde' mensen geeerd: zij toonden spontaan de littekens van de kruisdood van Jezus Christus. Een belangrijk deel van de heiligdommen is gewijd aan 'Onze Lieve Vrouw'; zijn moeder Maria. Vanuit de nuchtere 20e eeuw bezien ging het in vele gevallen om bijgeloof.
In het werk worden uitsluitend plaatsen in Nederland beschreven; het veel door Nederlanders bezochte Duitse Kevelaer en Lourdes in Frankrijk vallen er buiten. Hoewel niet specifiek naar religie is gekeken bleken alle pelgrimstochten van katholieke oorsprong. Ook voor een eventuele voortzetting van heidense tradities werd geen enkele aanwijzing gevonden. Van de 650 heiligdommen in heel Nederland worden er in dit deel 210 besproken. Nog eens 187 plaatsen vielen af, omdat ze niet aan de criteria voldeden. Soms bracht het archiefonderzoek een plaatselijke pastoor op het idee een oude bedevaart in luister te herstellen.
Sint Adelbert wordt in Nederland al 1250 jaar vereerd. Op de foto de St. Adelbertsabdij in Egmond-Binnen ->
St. Adelbert uit Egmond-Binnen geldt als de langst vereerde heilige in Nederland: al 1250 jaar. De jongste bedevaartsplaats is sinds 1991 de grote kapel van O.L. Vrouw ter Nood in Heiloo; een 'filiaal' van Medjugorje in Bosnie, waar Maria in 1981 zou zijn verschenen. Als gevolg van de Joegoslavische burgeroorlog was dat dorp geruime tijd nauwelijks voor pelgrims bereikbaar.
Offeranden waren 'niet tevergeefs'
Adalbert was een van de missionarissen die sinds het begin van de 8e eeuw in Nederland probeerde de heidense bevolking te bekeren. Hij stierf rond 750. Op zijn graf werd een kerkje gebouwd dat later door de Noormannen verwoest werd. Volgens een kroniek van ca. 985 brachten werd zijn graf ,,onafgebroken vereerd'' door christenen en heidenen die er ,,niet tevergeefs vele offeranden'' brachten. Het verhaal van het bedevaartsoord kan model staan voor de legenden die aan vele bedevaartsoorden verbonden zijn, voor de lotgevallen van dergelijke heilige plaatsen in de loop van de tijd en voor de zorgvuldigheid waarmee de samenstellers van het boek te werk zijn gegaan.
De pelgrimage kwam pas echt op gang nadat graaf Dirk I van Holland in 922 het gebeente van Adalbert liet overbrengen naar een naburig klooster. De wade waarin zijn lichaam was gewikkeld bleek geheel onaangetast en in het graf ontstond een geneeskrachtige bron, waarvoor een put werd gebouwd. Het aanbidden van de heilige bleek een weldadige invloed te hebben: hij redde Dirk I uit het ijs, genas diens zoon Egbert van koorts en dochter Erlinda van blindheid. Tijdens de bedevaarten werden zelfs zieken weer beter die eerder tevergeefs naar Jeruzalem waren gereisd. De tocht werd trouwens niet altijd vrijwillig gemaakt: in de 14e en 15e eeuw werden echt- en vredebrekers uit Holland, Zeeland en Vlaanderen ook wel gestraft met een opgelegde bedevaart naar St. Adalbert.
Als gevolg van de Hervorming braken in het klooster moeilijke tijden aan. In 1567 hadden de monniken zeer te lijden onder het optreden van de geuzen. Zes jaar later werd de abdij bij het beleg van Alkmaar in brand gestoken en met de grond gelijk gemaakt. Enkele kostbare voorwerpen, waaronder de relikwieen, waren overigens bijtijds in veiligheid gebracht, maar het hele kloosterarchief en de grond werd in bezit genomen door de Staten van Holland. Toch bleef op de feestdag van Adalbert, aldus een dagboek uit 1591, een zeer grote menigte naar Egmond komen ,,om het wonderdadig putje te vereren''. Ook uit de 17e eeuw zijn er getuigenissen over menselijke genezingen en later nog van vee. In 1829 echter blijkt de put ,,schier vergeten'' te zijn: hij werd toen hersteld, niet uit pieteit, maar om te voorkomen dat het vee erin zou verdrinken.
In 1859 werd in Rinnegom bij Egmond een nieuwe St. Adelbertuskerk gebouwd. De relieken keerden er terug en pastoor Janmaat bracht samen met zijn parocianen elk jaar op 25 juni een bezoek aan de put. De echte bedevaart werd hersteld nadat er in 1923 een kruis en knielbanken waren geplaatst. Al twee jaar later was er sprake van 'een wassende stroom pelgrims' en in de jaren '30 werden daarbij ook de relieken van Adalbert meegedragen. In de laatste oorlogsjaren was bezoek vanwege de evacuatie van de kustplaats onmogelijk. Sindsdien wordt de feestdag jaarlijks gevierd op de akker rond de put. De gelovigen worden met het water besprenkeld, men kan het drinken en het wordt ook meegenomen naar huis om het aan zieke huisdieren te geven.
Dora Visser vertoont littekens van Christus
Het Titus Brandsmahof in Nijmegen is één van de herinneringen die aan de Karmelieter priester zijn gewijd ->
Bijlagen in het boek maken het gemakkelijk om uit te zoeken waar en wanneer in Nederland bedevaartsplaatsen zijn (geweest), aan wie of wat gewijd en wanneer de cultus plaatsvond. Wat betreft een katholiek bolwerk als Nijmegen worden maar liefst acht bedevaarten vermeld. Een van de vereerde heiligen daar was, tussen 1937 en 1963, Nicolaas van Tolentijn, van wie men genezende krachten voor dieren verwachtte. De grote toeloop in 1938 wordt toegeschreven aan een toen heersende mond- en klauwzeerepidemie. Ook wordt in Nijmegen pater Titus Brandsma vereerd, die in 1942 in het Duitse concentatiekamp Dachau stierf en in 1985 door paus Johannes Paulus II zalig werd verklaard. Van 1923 en tot zijn arrestatie werkte hij er onder meer aan de Katholieke Hogeschool. Dat gebeurt trouwens ook in Dokkum en sinds 1990 ook in een van de jongste bedevaartsoorden in Nederland: Colmschate bij Deventer.
Een van de opmerkelijkste 'heilige plaatsen' in Nederland is het graf van Dorothea (Dora) Visser (1819-1876) uit Gendringen. Op haar grafkruis op het kerkhof van Olburgen bij Dieren wordt vermeld dat zij 33 jaar lang 'de wonderteekenen des Heeren in haar lichaam' had gedragen. Sinds 1843 vertoonde ze de 'stigmata'; het eerste jaar elke vrijdag, daarna alleen op Goede Vrijdag en de Kruisfeestdagen. Haar biechtvader raakte van haar heiligheid overtuigd en hield een dagboek bij van wonderbaarlijke gebeurtenissen in haar leven. Maar de bisschop was niet onder de indruk en plaatste hem over naar Kloosterburen in Groningen. Dora ging mee als huishoudster en volgde hem later naar Olburgen, waar ze stierf.
In 1965 werden de aantekeningen van de pastoor ontdekt door Bert Kerkhoff, journalist van De Gelderlander. Zijn verhaal bracht een vereringscultus op gang, waarbij haar honderdste sterfdag in 1976 en een tentoonstelling in 1991/'92 voor extra toeloop zorgde. Op 29 september en 12 juli, haar geboorte- en overlijdensdagen, is een verhoogde belangstelling merkbaar.
P.J. Magry en C.M.A. Caspers: Bedevaartsplaatsen in Nederland, deel 1: Noord- en Midden-Nederland. Uitgeverij Verloren i.s.m. P.J. Meertens-instituut. Prijs f. 144. De delen 2 en 3 over Limburg en Noord-Brabant volgen nog. Bij intekening voor de hele serie samen f. 390.