|
|||||
|
|||||
______________________________________________________________________
Dit artikel is vrij voor distributie, op welke wijze dan ook,, met als
voorwaarde dat het geheel intact blijft mét de naam van de auteur en de volledige tekst
van het artikel. Elke opmerking is hartelijk welkom. © 1995 Introductie De opname der Gemeente is een gedeelte uit de Christelijke theologie
welke historisch weinig aandacht heeft gekregen wat betreft de juiste formulering. Een
korte samenvatting van het gedetailleerde werk van de ontwikkeling van de leer, zoals door
Bromiley, 1978, onthuld is er bijna geen erkenning van de opname. Dit is wellicht mede
veroorzaakt door Berkhof (1975, pag.259) die het volgende schrijft: De leer van de laatste dingen, welke nooit in het middelpunt van de
belangstelling gestaan heeft, is een van de laatst ontwikkelde leren en daarom vraagt het
niet om omstandige discussies. Verder is het besef van de opname vaak bestreden door critici welke het
gebrekkig vinden vanwege het niet bestaan van zo'n leer in de schrift. Het schijnbaar niet
bestaande woord 'opname' in de schrift (alhoewel zo'n argument ook zou bestaan voor de
drie-eenheid) en het idee van een 'geheime opname' waar de Gemeente veilig weggevoerd
wordt uit de catastrofische tijd van de grote verdrukking is vreemd aan God's plannen en
bedoelingen zoals geopenbaard in de geschiedenis - want inderdaad "het bloed van de
martelaren is het zaad van de kerk" (Cairns, 1981, pag.93) Zo'n argument is onhoudbaar. De basis van de leer van de opname is 1 Thess. 4:12-18; Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die
ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben.
Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen,
die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem. Want dat zeggen wij u door het Woord
des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen
voorkomen degenen, die ontslapen zijn. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem
des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus
gestorven zijn, zullen eerst opstaan; Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te
zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo
zullen wij altijd met den Heere wezen Zo dan, vertroost elkander met deze woorden. (1
Thess 4:13-18) In deze passage is het begrip "opname" duidelijk; in de
toekomst zullen alle heiligen, de gestorvenen en de levenden, "weggenomen
worden" om samen te zijn met hun Here! Het Griekse woord voor "weggenomen
worden" is arpazo, wat "weg plukken" betekend (Zodhiates, 1992,
pag.1270) en zou vertaald kunnen worden met "opname" uit een Latijnse
vertaling (Willmington, pag.825) zoals Jerome's Vulgaat - Dus is het woord opname een
woord uit de schrift (niet zomaar een vertaling). De derde tegenwerping is specifiek naar
een specifiek kader en zal later worden besproken. Inderdaad, vele tegenwerpingen bestaan,
niettemin ook van oprechte Christen broeders die uitzoeken wat er dan moet gebeuren met de
weerloze huisdieren wanneer de eigenaren plotseling worden opgenomen! Zo'n argument is,
natuurlijk, gebaseerd op emotionele gevoelens in plaats van op de schrift en onttrekt zich
van de echte feiten Paulus geeft ons meer informatie in 1 Korintiërs 15:51-52 Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen
ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; In een punt des tijds, in een ogenblik,
met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk
opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden. Nu we een inleidende schriftelijke basis hebben voor de opname doet zich
echter een ander probleem voor welke te maken heeft met de chronologische aanwijzing.
Zoals Stern (1992, pag.623) duidelijk maakt "Alleen bij het Pre-millennialisme
ontstaat het tijdstip wanneer de opname plaats zal vinden; voor het Post-millennialisme en
A-millennialisme is de opname vaag geïdentificeerd met de enige terugkomst van de
Messias". Dat betekent dat het concept van de opname alleen gedefinieerd is in
het Pre-millennialistisch systeem van theologie. Maar deze laat drie potentiële tijden
over voor de opname toegespitst op de 'grote verdrukking' - Voor de grote
verdrukking, tijdens de grote verdrukking of na de grote verdrukking. Na de grote verdrukking De kern is dat deze gedachte gelooft in een opname na de periode van
grote verdrukking - de natuurlijke consequentie hiervan is dat de Gemeente dit moet
doorstaan. Willmington (pag.825) wijst dit gezichtspunt af door zich te beroepen op 1
Thess.5:9 ("Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der
zaligheid, door onzen Heere Jezus Christus") en Openbaringen 3:10 ("Omdat gij
het bevel bewaard hebt Mij te verwachten, zo zal Ik ook u bewaren uit de ure der
verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken, die op de aarde
wonen.") Desalniettemin wijzen de aanhangers van deze leer Willmington's
gezichtspunt af en verwijzen hierbij naar Johannes 16:33 ("In de wereld zult gij
verdrukking hebben"). Voor hen is het ondenkbaar dat God zo'n opmerkelijke vorm van
vervoer aan Zijn Gemeente zou aanbieden als ontsnappingsroute wanneer er een wereldramp
aan staat te komen. (alhoewel dat wel het geval was bij Noach). De Gemeente heeft door de
eeuwen heen geleden door vervolgingen. En tijdens vervolgingen heeft de kerk inderdaad,
gebloeid - niet in materiële , maar in geestelijke zin, het geloof is gezuiverd en
getest, daardoor is het evangelie verkondigd in afgelegen gebieden. Dit gebeurde ook in
Jeruzalem - "Zij dan nu, die verstrooid waren, gingen het land door, en verkondigden
het Woord." (Handelingen 8:4). Dit vond plaats tijdens de Romeinse vervolgingen
(Cairns, 1981, pag.91-93). Vervolging hield de kerk puur - het hield huichelende,
oneerlijke en onzuivere mensen uit de Gemeente. "Het waren geen makkelijke
beslissingen voor Christenen in die tijden, zeker wanneer het accepteren van Christus
betekende dat het staatsburgerschap verloren kon gaan; gevangenneming met uithongering en
marteling tot de dood; kruisiging en soms in brand gestoken worden terwijl men nog leefde
en aan een kruis hing..." (Hamon, 1981, pag.80-81). Dit is de kern van het puriteins
klassieke, Foxe's Christelijke martelaren van de wereld. De breuk in deze logica is echter dat de grote verdrukking geen
periode is van vervolging. Het is een tijd waarin God's toorn wordt uitgegoten over
de aarde. Tijdens deze tijd zullen mensen de bergen en de rotsen smeken, "En zeiden
tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht
Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams. Want de grote dag Zijns toorns
is gekomen, en wie kan bestaan?" (Openbaringen 6:16-17). Wanneer Christus terugkomt,
"Hij treedt den wijnpersbak van den wijn des toorns en der gramschap des almachtigen
Gods." (Openbaringen 19:15). Willmington's verzen hierboven worden zeker toegepast.
Zeker, de dag des Heren zal verschrikkelijk zijn! (Maleachi 4:5) De Messiaans-Joodse leraar David Stern biedt een andere, oorspronkelijke
reden aan voor de leer dat we na de grote verdrukking worden weggenomen - het is
ondenkbaar "dat Messiaanse Joden voor de keus worden gesteld dat ze moeten kiezen
tussen zich identificeren met hun eigen volk, de Joden, en hier moeten blijven lijden of
met hun eigen mensen, de gelovigen (de Messiaanse gemeenschap, de Gemeente), en
ontsnappen" (Stern, 1992, pag.623) Stern ontwikkeld dit idee verder: Maar als Sha'ul [Paulus] en andere Joodse gelovigen leden zijn van zowel
Israël en van de Messiaanse gemeenschap dan moeten zij die geloven in een opname na de
grote verdrukking antwoord geven op de volgende vraag: Wanneer de opname plaatsvindt,
blijven de in Yeshua [Jezus] gelovige Joden achter met het andere, fysieke, deel van
Israël of zullen ze samen met de rest van de Messiaanse gemeente tot Yeshua opgaan in de
lucht? Ze kunnen toch niet op twee plaatsen tegelijk zijn. Is het een zaak van
persoonlijke voorkeur? Moeten we kiezen of we meer loyaal moeten zijn aan de Joden dan aan
onze broeders in de Messias? Dit is een absurde vraag, absurd omdat de situatie die wordt
voorgesteld zich nooit voor zal doen. (Stern, 1992, pag.804) Stern's bedenkingen zijn echter zwaar gebaseerd op zijn nadruk dat Joden
Joods blijven wanneer ze christen worden; inderdaad zijn zij 'vervulde' joden. Dit is,
natuurlijk, waar, maar Stern's nadruk is zo groot dat hij (niet expres, maar effectief)
het Lichaam van Christus in tweeën snijdt - de joden en de heidenen, ondanks Paulus'
vermaning :"Daarin is noch Jood noch Griek ... want gij allen zijt een in Christus
Jezus." (Galaten 3:28). Stern vervolgd "...Dit is niet wat zij [Messiaanse
Joden] kochten toen zij tot zij tot geloof kwamen. Hun werd verteld 'Nu ben je een Jood
die zijn Messias geaccepteerd heeft'. Hun werd niet verteld 'Nu heb je je Joodse mensen
verlaten en zal je de eeuwigheid zonder hen doorbrengen'" (Stern, 1992, pag.804)
Natuurlijk is een heiden-Christen verschillend van een heiden niet-Christen (welke
onvoorwaardelijk achter zal blijven na de opname). De beslissende factor is niet of iemand
Joods is of niet, maar of hij een discipel van de Here Jezus Christus is of niet. Ten slotte is de opname iets anders dan de tweede komst van Jezus naar
de aarde op de Olijfberg. (Zacheria 14) Bij de opname trekt Jezus de heiligen naar Zich
toe in de lucht (1 Thess.4:15-17). Bij de tweede komst komt Hij terug met de
heiligen. (Openbaringen 19:11-16) De leer van een opname na de verdrukking laat de
heiligen van God praktisch bewegen als een jo-jo, de Heer tegemoet alleen maar om direct
terug te komen naar de aarde. Deze leer geeft verder geen tijd voor de Heilige troon van
Christus of voor het huwelijk van het Lam. Tijdens de grote verdrukking Deze leer houdt in dat de opname plaats zal vinden tijdens de grote
verdrukking Zo'n kijk is een merkwaardige uiteenzetting van de schrift omdat de
anti-christ een verbond sluit en na drie-en-half jaar grote verdrukking zal hij dit
verbond breken (Daniël 9:27). Zelfs als de opname eerder zou plaatsvinden dan dit
tijdstip dan moet het nog steeds plaatsvinden nadat de anti-christ zich heeft geopenbaard
en dat kan alleen gebeuren wanneer de 'weerhouder' is weggehaald. (2 Thess.2:7-8) Sommigen hebben verondersteld dat de identiteit van de 'weerhouder' de
anti-christ zelf is - een raar idee, speciaal in het licht van Paulus' lering: "Want
de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk, Die hem nu
wederhoudt, Die zal hem wederhouden, totdat hij uit het midden zal weggedaan worden. En
alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, denwelken de Heere verdoen zal door den
Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;" (2
Thess.2:7-8) Anderen suggereren dat de 'weerhouder' de Heilige Geest is (Dake, 1963,
pag.230). Maar Johannes ziet hen die Christen geworden zijn tijdens de grote verdrukking
en gemarteld zijn voor hun geloof (Openbaringen 7:14). Het kan alleen het werk van de
Heilige Geest zijn dat iemand tot Christus komt (Johannes 16:8) en niet door mensen en
daarom kan de Heilige Geest niet de 'weerhouder' zijn die verwijderd wordt van de aarde.
De 'weerhouder' is in feite niemand anders dan de Gemeente - het 'zout der aarde'
(Mattheüs 5:13) en het 'licht der wereld' (Mattheüs 5:14). De Gemeente moet
worden weggenomen voordat de anti-christ zich kan openbaren en daarom is de idee van de
leer van een opname tijdens de grote verdrukking, en dat de anti-christ zich openbaart
voor de opname, niet mogelijk. Verder eist de opname tijdens de grote verdrukking dat deze verdrukking
wordt opgedeeld in twee onverwante helften, welken het potentieel hebben voor de eis dat
veel bijbelse passages een symbolische interpretatie kennen om overeenstemmend te zijn.
Als voorbeeld: de zeventig jaarweken uit Daniëls opmerkelijke profetie (Daniël 9:24-27)
zou niet voor 'zijn' (Daniëls) mensen - de Joden (Daniël 9:24) - zijn, het zou ook
noodzakelijk betrekking hebben op de Gemeente. Een mogelijke basis voor het ontstaan van de idee van de opname tijdens
de grote verdrukking is het onvermogen onderscheid te maken tussen de opname van de
Gemeente en de opname van de twee getuigen welke plaats zal vinden tijdens de grote
verdrukking (Openbaringen 11:3,7,11). Deze twee getuigen kunnen geen representatie zijn
van de gehele Gemeente en er moet worden geconcludeerd dat zij beiden apart staan Sommige leraren vergelijken de 'laatste bazuin' van 1 Kor.15:52 met de
'zevende bazuin' in het midden van de grote verdrukking (Openbaringen 11:15-18). Rosenthal
(1995, pag.5) schrijft: "Een van de belangrijkste waanideeën welke hebben geleid tot
de verwarring betreffende de profetische interpretatie is de neiging tot het vergelijken
van Paulus' laatste bazuin met de 'zevende bazuin' in het boek Openbaringen". Het feit dat eerste Korinthebrief rond het jaar 55 na Chr. is geschreven
en het boek Openbaringen rond 96 na Chr. (sommigen zeggen 70 na Chr., maar ook dat is na 1
Korinthe en Paulus' lijdensweg). Johannes schrijft expliciet dat de inhoud van het boek
Openbaringen gegeven is door God de Vader aan de Here Jezus welke, op Zijn beurt, een
boodschapsengel gebruikte om de boodschap aan Johannes over te brengen. (Openbaringen
1:1-2). Het woord 'Openbaringen' betekend het onthullen van dat wat tot nu toe onbekend of
verborgen was. Rosenthal (1995, pag.5) gaat verder: Daarom, toen Paulus schreef over een generatie van gelovigen die de
wegrukking zouden meemaken bij de 'laatste bazuin' wisten noch Paulus, noch de
Korinthiërs iets over de zeven zegels, zeven bazuinen en zeven schalen uit het boek
Openbaringen. Paulus' 'laatste bazuin' en de 'zevende bazuin' uit Openbaringen zijn niet
dezelfden. De ware betekenis van 'de laatste bazuin' eist kennis betreffende het
Joodse begrip 'Dag des Heren' welke negentien keer wordt gebruikt door acht Oud
Testamentische profeten. Dit was de toekomst-tijd wanneer God tot de strijd zou keren
(Rosenthal, 1995, pag.5). Hierbij zou er geblazen worden op een bazuin - de Joodse Sjofar
(Joël 1:15; 2:1, Zefanja 1:14-15). Inderdaad, de term 'laatste bazuin' toont geen opname
tijdens de grote verdrukking omdat het verwijst naar het beginnen van de allerlaatste
strijd in deze tijd - het begin van de verschrikkelijke Dag des Heren - de grote
verdrukking zelf. Voor de grote verdrukking De leer van de opname voor de grote verdrukking kan worden samengevat
als; De terugkomst van Christus zou in twee stappen gaan. Eerst zou er een
stil optreden van Christus zijn wanneer alle echte Christenen van de aarde worden
opgenomen - de 'opname' van de heiligen. Na dit zal de anti-christ regeren, maar dit wordt
tot een einde gebracht door de verschijning van Christus in al Zijn glorie en Hij zal een
periode van 1000 jaren regeren over de aarde vanuit Jeruzalem (Humphreys & Ward, 1995,
pag.128-129) Als het boek Openbaringen als een chronologisch werk moet worden gezien,
iets waar de meeste eidtijd-leraars het over eens zijn, ligt er een grote betekenis in de
overeenkomst tussen 1 Thess.4:16-17 en Openbaringen 4:1-2 - opnieuw wordt er een stem als
een bazuin gehoord en Johannes wordt door een deur in de hemel gebracht naar troonzaal van
God. Inderdaad, is de 'deur' belangrijk voor hen die een tweede betekenis
zien in de zeven Gemeenten in Openbaringen 1-3. Dit is een historische ontwikkeling van de
Gemeente door de geschiedenis, van de vroege Gemeenten tot de tijd van de Tweede
Terugkomst. Met deze zienswijze is de deur van Openbaringen 3:10, geopend naar de Gemeente
van Filadelfia, die gelijk aan die van Openbaringen 4:1 (Cartledge, pag.119). Dit gezicht
stelt de lauwe Gemeente van Laodicea gelijk aan het valse religieuze systeem dat zal
opkomen tijdens de verdrukking. Zo'n gezicht is echter nuttig wanneer de Gemeente van
Filedelfia nog steeds deel uit maakt van de Gemeente en het vereist dat de kerk verdeeld
is doordat het lauwe gedeelte achter gelaten wordt. Zo'n loutering betekent in feite een
"Protestants vagevuur." Niettemin zit er een grote betekenis in het feit dat er tot Johannes
werd gezegd "Kom op, hier" (Openbaringen 4:1) - de zelfde woorden werden
gesproken tot de twee getuigen voordat zij worden opgenomen (Openbaringen 11:12). Verder
is de Gemeente opmerkelijk afwezig bij de gebeurtenissen van Openbaringen 4:1 tot de
terugkomst van Christus in Openbaringen 19:11. De Gemeente heeft zeker geen deel aan de
grote verdrukking. Niet alleen daarom, maar de grote verdrukking is de laatste 'week' van
jaren in de profetie van Daniël (Daniël 9:24-27), specifiek ontworpen voor het Joodse
volk. De tijden van de heidenen zijn voltooid en God wend Zijn Hand tot Zijn oude volk
waarbij het eindresultaat zal zijn dat bij Zijn tweede komst de Joden Hem zullen zien als
Hem die zij hebben doorstoken (Zacheria 12:10) en geheel Israël zal worden gered
(Romeinen 11:26) - de Messias die zij hadden verwacht bij Jezus' eerste komst zal
eindelijk aankomen! (Edersheim, 1993, pag.113) Conclusie De rechtschapen Christentheoloog kan niet anders doen dan de gegevens
betreffende de opname der gemeente, die gegeven is in de schrift, verwerken in zijn leer
en geloof. Iets anders leren is verkeerd en iemand moet zich niet volledig laten overhalen
door pure emotionele argumenten of zoeken naar een manipulatie van de schrift om deze
overeenkomstig te laten zijn met een reeds aanwezige kijk op de wereld. Wanneer iemand de tegenstrijdige meningen over de opname der gemeente en
het Pre-millennialisme onderzoekt wordt hij zich bewust dat de enige leer die met de
Bijbelse feiten overeenkomt de leer is van de opname voor de grote verdrukking.
Zeker, als Christenen zoeken we niet naar de verdrukking, maar naar "Jezus, Die ons
verlost van den toekomenden toorn."(1 Thess.1:10). De vroege Gemeente verwachte de
komst van de Heer spoedig en verwachtte geen tussenkomende gebeurtenissen, zéker de
Thessalonisenzen (Mattheüs 24:44, 1 Thess.5:2). Net zoals Noach en zijn familie gered werden voor God's toorn (Genesis
7:6-7), net zoals Lot en zijn dochters (Genesis 19:14) en de kinderen van Israël gered
werden voor de plagen tegen de Farao (Exodus 7:18, 8:3, 8:21-22, 9:3-4, 10:22-23, 11:6-7)
zo zal ook de Gemeente door de opname worden gered voor de komende grote verdrukking . De opdracht voor de Christenen is omhoog te kijken - hun verlossing is nabij! (Lucas 21:28) Wat anders kan worden gezegd dan "Amen. Ja, kom, Heere Jezus!"
(Openbaringen 22:20) Werken geciteerd/aangehaald: - Berkhof, L. 1975 (1937). The History of Christian Doctrines, Baker Book House, Michigan. - Bromiley, G. 1978. Historical Theology: An Introduction, T & T Clark, Ltd., Edinburgh. - Cairns, E. 1981. Christianity Through the Centuries, Acadamie Books, Michigan. - Cartledge, D. n.d. Eschatology, Rhema Bible College, Townsville. - Dake, F. 1963. Dake's Annotated Reference Bible, Dake Bible Sales, Inc., Georgia. - Edersheim, A. 1993. The Life and Times of Jesus the Messiah. Hendrickson Publishers, Massachusetts. - Foxe, J. 1989. Foxe's Christian Martyrs of the World, Barbour and Company, Inc., Ohio. - Hamon, B. 1981. The Eternal Church, Christian International, Florida. - Humphreys, R. and Ward, R. 1995. Religious Bodies in Australia, 3d. ed., New Melbourne Press, Victoria. - Rosenthal, M. 1995. 'Israel's Fall Feasts.', Zion's Fire, vol. 6, no. 4. - Stern, D. 1992. Jewish New Testament Commentary, Jewish New Testament Publications, Inc., Maryland. - Willmington. n.d. Willmington's Guide to the Bible, Pacific College Study Series, Melbourne. - Zodhiates, S. 1992. The Complete Word Study New Testament, AMG Publishers, Chattanooga. |
|||||
|
Note! The following advertisment is provided by GeoCities, which allows them to provide free Web pages such as this, a service that is appreciated. However, the advertisment is not necessarily harmonious with the values of this Web page