Hollandse herders in oude boeken
Ik heb mijn boekenkast doorgesnuffeld naar oude hollandse herder plaatjes en artikelen. Het resultaat van deze zoektocht is op deze pagina te vinden. Onder andere artikelen uit de eerste en tweede jaargang van de Hondenwereld daterend resp. van 1947 en 1948, twee gebonden boeken die ik op een boekenmarkt op de kop heb getikt.
De Hondenwereld 1e jaargang no.9/10 | 8 maart 1947 |
Politioneele perikelen | |
EEN STUKJE HISTORIE. Hoe ik er toe ben gekomen om de zoon van mijn trouwe herder "NORA" "TURK" te noemen weet ik niet. 0f ik geinspireerd ben door "Orlando" - een worstelaar van professie van Turksche nationaliteit, die een 35 jaar geleden tegen onze "Dirk van de Berg hou je taai" in het strijdperk stond ~ geloof ik niet. Wel heeft mijn geweldenaar dit met "Orlando" gemeen dat ook hij een "krachtpatser" is; doch ik herinner mij dat deze Turksche worstelaar niet groot van stuk was, terwijl mijn ,,Turk" reeds de 70 haalt, 12 maanden na zijn entree in dit tranendal. Neen heeren keurmeesters, gij behoeft niet medelijdend Uw schouders op te halen. Ik weet het! Z.G. is voor hem taboe doch "never mind". Hij is een heerlijke schooier met manieren... nou ja, laten wij nu maar over iets anders praten. Per slot van rekening kan hij niet weten dat de keurig verzorgde grasperkjes op de Amsterdamsche pleinen niet bestemd zijn voor "hondenzitjes". En omdat ik er niets voor voel eigenaar te zijn van een kettinghond, kon het volgende conflict met afdeeling "beplantingen" dan ook niet uitblijven. "TURK" ' woest blij dat wij samen met de fiets er op uit trokken, was als gewoonlijk uitgelaten. U kent dat wel, springen, dansen, rennen, wegschieten met razende vaart en donderend geweld achter een soortgenoot aan, rollend over zijn kameraad heen en daarbij niets ontziend totdat... hij door -"Beplantingen" tot de orde werd geroepen middels een stuk hout. Van nature ben ik een redelijk man en dus begrijp ik dat alleen mijn stem hier redding kan brengen. - "Turk, kom hier," commandeer ik argeloos, doch mijn begrip voor orde bezorgt mij, maar dan ook onmiddellijk, een terechtwijzing van een opzichter die er juist dezen morgen op gespitst was om dat ged ...... met die honden eens en voor goed uit te maken. Met "U moet Uw hond vasthouden" stormt deze ambtenaar - die van uit zijn gezichtshoek volkomen in zijn recht stond - op me af en ...... ik begrijp! "ik zal hem vastmaken is mijn lustig bescheid, waarmede ik de rest van zijn onzalig betoog afsnoer. Maar mijr Turk is zijn energie nog niet kwijt en dus Stormt hij voorwaarts, mij op mijn fiets met zijn geweldige kracht als een veertje meetrekkende. Het geweld is niet te keeren en ik schiet met een vaart van nul, komma, zooveel door de straat totdat een andere gemeente-ambtenaar op ons af komt en mij sommeert te stoppen. Aan dit, overigens vriendelijk verzoek van dezen agent voldoe ik als goed democraat natuurlijk onmiddellijk. "Mijnheer, waarom laat u zich trekken?" Ik staar den agent stom verrast aan en weet niet direct een wat ik op deze vraag moet antwoorden. Ja, het is een jongeman die waarschijnlijk dierenvriend is en het dus goed bedoelt. Mijn bloed vloeit terug en mijn stem klinkt zonder trilling. "Och agent,"besluit ik te antwoorden, "ik waardeer het dat U op dergelijke dingen let, doch in dit geval is er geen kwaad aan boord. Mijn hond is nog jong en heeft er pret in. Dit trekken gebeurt niet op mijn bevel doch uit vrijen wil." "Dat is best mogelijk," antwoordt de goedwillende agent, "maar dan moet U hem los maken." "Dat wil ik wel," geef ik grif toe, "maar ........ dan wordt hij overreden!" zeg ik tenslotte. Een discussie over gelijk en ongelijk moest bij dergelijken stand van zaken wel in mijn nadeel uitvallen en dat werd mij toch te bar. Waarom is de hei in Laren en niet op het Rembrandtplein! J.J. VAN PEURSEN |
|
Terug naar de index. |
De Hondenwereld 1e jaargang no. 15 | 16 mei 1947 |
De Hollandse en Belgische herders op de Winner |
|
De Holl. Herderliefhebbers kunnen tevreden zijn; 32 ingeschreven honden is een mooi getal, dat men zeker niet verwacht had. En wat ook verrassend was, dat de kwaliteit van de gladharen beter was dan die der ruwharen. Dat hebben we vaak omgekeerd gezien. Keurmeester S. Franzen zag te zijner beoordeling: 11-4 kortharige, 1-1 langharige en 6-9 ruwharige Holl. herders. Bij de korth. reuen won Mevr. E. Bakker met Borre; bij de teven kwam haar Aukje v. Wolphaartsdijk tweede achter Daatje v. d. Trouwe Wacht, van M. C. de Laat. De langharigen konden het niet hoger dan Z.G. brengen. Bij de ruwharen slechts één U.-hond, n.l. de reu Jisk eig. Joh. Gimbrère. Ria v. Willies Kroost, eig. A. v. Grinsven, was bij de teven de beste met Z.G. Het is heel wat jaren geleden, dat we een dergelijk aantal op de tentoonstellingen zagen. Men is weer op de goede weg; nu vasthouden, Holl. herdermensen. Ook bij de Belg. herdershonden verrassingen. In geen 15 jaar is het gebeurd, dat alle 4 variëtelten vertegenwoordigd waren. Ook de inzenders zelf mogen van geluk spreken, althans wat de keurmeester betreft. Het tentoonstellingscomité had tevoren mijn advies gevraagd voor een Belg. keurmeester. Nu zijn er de laatste 10 jaren geen ruwh. Belg. herders meer in België en aangezien men die juist hier het meest had, kon ik slechts één Belg. kenner, n.l. de heer L. Huyghebaert opgeven, die zowel de ruwharen als de Mechelaars door en door kent. Of de heer Huyghebaert niet geaccepteerd heeft wegens zijn hoge leeftijd, of dat de Winner hem niet gevraagd heeft, weet ik niet, doch in het vraagprogramma stond als keurmeester de Belg. allround Jos. Creuwels en in de catalogus de Belg. Bouvierman V. Martinage. Daar beiden geen Belg. herders mochten kwalificeren, moest de heer H. A. P. C. de Groot ter elfder ure inspringen. Hij kon Zaterdags pas om over 6 uur met de keuring der 30 Belgen aanvangen, hetgeen noch voor hem, noch voor de honden en hun eigenaars prettig was. In 2 uren had de Groot er zich doorheen geslagen, daarmee het praatje logenstraffend, dat onze Holl. keurmeesters zo langzaam keuren; zijn voorganger in de ring keurde een zelfde aantal Bouviers in... ca. 6 uren. Ingeschreven waren dan: 8-10 ruwh. Lackense, met als besten de reu Astor v. h. Heideland. eig. B. Plomp en de teef Mia v. Beekvliettijd, eig. C. Colsters. Eerstgenoemde werd tevens beste Belg. herder en bij de erepn'jzen beste van alle herdershonden. Dit was dus een volledige bevestiging van mijn te Breda op 8 Sept. 1946. Bij de 2-3 Mechelaers bracht Mevr. E. Bakker haar beide imports, n.l. de reu Unic de l'Ecaillon en de teef Ulrita de l'Ecaillon die ondanks hun jeugdige leeftijd beide Uitmuntend en de Jeugdwinnertitel kregen. Vooral de teef was heel mooi, met mooi masker en charbonné, prima houw en karakter; een Mechelaer, zoals men ze ook in België met een lantaarntje zoeken moet. De 4-1 Groenendaelers brachten zowaar ook een U.-hond in de reu Dartel v. Frederikshuize, eig. R. Pool. Tenslotte verraste Dr. Th. Boersma ons met zijn 1-1 Tervuerensen, waarvan de reu Duc de la Ferme Termunt de beste was met Z.G. Reeds door mijn beschrijving van deze variëteit in de kynologische bladen had ik de belangstelling gewekt; nu men de honden in levende lijve zag, waren velen over deze herdershond, die ik nog altijd de meest imposante van alle herdershonden vind, enthousiast, vond hij direct aanhangers en als het lukt, zullen er wellicht dit jaar enige goede exemplaren uit België geïmporteerd worden. Toen we des avonds kwart over 8 met de keuring klaar waren, waren mens en dier doodop en hadden die dag niet cadeau gekregen. D.W. v. BROUWERSHAVEN |
|
Terug naar de index. |
De Hondenwereld 1e jaargang no. 19 | 16 juli 1947 |
Verslag Winner 1947 Verslag Hollandse Herders Winner-tentoonstelling 22-23 maart 1947. |
|
Het was mij een genoegen te worden uitgenodigd om de Holl. Herders op deze Winnertentoonstelling te kunnen keuren. De opkomst van Holl. Herders was zeer goed, wat voor mij zeer aangenaam was. Uit alle oorden van het land waren ze opgekomen. Ik zou tegen het bestuur der N.H.C. willen zeggen: Maak wat meer propaganda. Onze hond zal er wel bij varen. Nu de honden: (zie hieronder) S. FRANZEN |
|
![]() |
![]() |
Terug naar de index. |
De Hondenwereld 2e jaargang no.1 | Januari 1948 |
reactie op: Waar gaan we naar toe met onze HH? | |
Waarheen met de Hollandse herder, vraagt Fransen in no. 22 van 1 Sept. We zijn het met schr. eens, dat het niet naar wens gaat. We weten dat al jaren en hebben het bij herhaling gezegd. Er zijn mensen in de N.H.C. die: primo: niet vasthouden aan het ideaal, zoals dit in de raspunten omschreven is; secundo: die een verkeerde opvatting van fokken demonstreren. We zullen dat toelichten. Elke hond moet in bouw aan minimum eisen voldoen. Voor de Hollander als gebruikshond is de bouw van voor- en achterhand van overwegend belang. De raspunten spreken hier duidelijke taal. Van de voorhand wordt nadrukkelijk gezegd, dat geen terrierfront mag worden toegelaten. Wat zien we nu bij de winnende honden op de tentoonstellingen? Het is - bij de ruigharen - al terrierfront, wat we tegenkomen. Het is een ware gemeenschappelijke fout. De heer Fr. moet dat weten. Aan wie de schuld? Onder de raseisen lezen we aangaande het karakter, dat verlangd wordt "zelfbewustheid; steeds oplettend en in beweging, levendig temperament." De heer Fr. schrijft, dat er een behoorlijk (dus geen goed?) karakter aanwezig moet zijn. Maar wat toonden verschillende winnaars op de shows? We zagen een U.-hond die van voren niet wist of hij achter leefde. Ook dat moet heer Fr. weten. En alweer: aan wie de fout? Vatten we - om niet te uitvoerig te worden - slechts deze twee cardinale punten in het oog bij de beantwoording van de vraag: hoe krijgen we de H.H.-wagen weer in het spoor? Dan is ons antwoord: zorg in de eerste plaats dat gekeurd wordt volgens de raseisen. En vervolgens: laten we fokken op verantwoorde wijze. De heer Fr. geeft geen lijn aan. Ontleden we wat hij schrijft. Hij wenst geen honden van onbekende afstamming te gebruiken en zegt: "men schijnt te vergeten wat er wel achter deze onbekenden kan zitten, n.l. van alles en dergelijk fokken is en blijft een slag in de lucht." Even later zingt hij de lof van een zekere Tinus, oorspronkelijk gepresenteerd als Merwe's Tristan, doch later. (we citeren weer) als "hond van onbekende afstamming" Tinus gedoopt. En dan volgen de uitspraken: "zeer veel goede honden zijn daaruit voortgekomen" en "Tinus was voor honderd procent een Hollandse herder op en top." (A propos: sinds wanneer ziet men de rasiuiverheid aan de buitenkant?) Daarop lezen we weer: er kan wèl gefokt worden met een hond zonder afstamming, als hij maar het juiste type heeft. Pal daarna adviseert hij te fokken met een Mechelaer met stamboom, ergo: met een hond mét afstamming en zónder H.H.type (want Mechelaar-type !) dus voor honderd procent het tegengestelde. Wie kan daaruit wijs worden? Ligt het aan ons als het ons begint te duizelen? Tot slot onze mening. 1e. Zorg dat de raspunten nageleefd worden. 2e. We menen, dat de Tinussen-zonder-stamboom het materiaal vertegenwoordigen om uit de put te komen. Wij waarschuwen tegen overschatting van de stamboom. (Wat natuurlijk geen uitsluiting voor de fok betekent van daartoe in aanmerking komende stamboekdieren). Wij hebben aangespoord het land door te gaan en te zoeken naar de overgebleven resten van onze oorspronkelijke, inheems.e herder, ons landras. We raden aan van die exemplaren gebruik te maken en de afstammelingen streng te selecteren op karakter en type. We hebben dit advies bij de leden der N.H.C. naar voren gebracht. Steeds weer vonden we de heer Fr. tegenover ons. Ten bewijze een letterlijke aanhaling uit de notulen ener vergadering: "de heer Fr. maakte de opmerking, dat niet kan en mag gefokt worden met honden van onbekende afstamming, daar men dan nog verder van huis zou geraken". Deze uitspraak, die nimmer herroepen werd, sluit elke twijfel uit. En eindelijk: wij weigeren de voorstelling van de heer Fr. te geloven, dat er een "men" in de N.H.C. gevonden kunnen worden, die een enkel kenmerk, de stroming, voldoende zou achten om daardoor tot rasverbetering te komen. Zulke zwakzinnigen bestaan slechts in de verbeelding!De heer Fr. vecht tegen windmolens! ult. September 1947. Dr. W. VAN DEN AKKER en Ir. J. VOSKENS |
|
Terug naar de index. |
Brabantse vrouwen en mannen met hunne hollandse herders. |
Terug naar de index. |