laatste nieuws (tip!)
excursies/activiteiten

nestkasten
jeugdhonk
uilen
braakballen
roofvogels
weidevogels
zwaluwen
watervogels
grote gele kwikstaart
ptt-project
bijzondere waarnemingen
links
bestuur
   Resultaten braakbalonderzoek

Braakballen van de steenuil

Omdat de braakballen (uilenballen) van de steenuil eenvoudige zijn te verzamelen tijdens de controle van steenuilkasten, heb ik mij daar verder in verdiept.

Ik heb 9 braakballen onderzocht. De ballen waren droog en waren verschillend van kleur. De bruine ballen bevatten veel worteltjes en insectendelen. De grijze ballen bevatten veel botjes van muizen. De ballen waren ± 2 cm groot.
In een bal zijn delen van een paardenmestkever gevonden. De pootjes en het dekschild zijn blauw/groen van kleur.










Ook trof ik enkele zwarte dekschildjes aan die ik niet verder kon determineren.
Bij deze ballen heb ik wel cerci (uitsteeksels aan het achterlijf van een oorworm) geteld. Aan de hand hiervan heb ik het aantal oorwormen bepaald (2 per oorworm)
Bij deze ballen waren veel botjes gebroken, zodat het niet mogelijk was te bepalen van wat voor soort muis de botjes waren. Van de twee gevonden onderkaken kon worden vastgesteld dat ze de bosmuis behoren.

Dijbeen                                                       4
Scheen- en kuitbeen                                     4
Bekkenbeen                                                 3
Spaakbeen/ellepijp                                        1
Onderkaak linksonder/rechtsonder bosmuis    1/1
Prachtkever                                                 3
Oorwormen                                                 10
Paardenmestkever                                        1

Aantal onderzochte braakballen: 9

Braakballen van de kerkuil

Braakballen van de kerkuil kun je ook verzamelen tijdens de kerkuil-controles. Deze braakballen vind ik interessanter dan van de steenuil, omdat hier de hele schedel (bovenkaak met twee onderkaken) vaak nog aan te treffen is.

Hieronder heb ik twee grafieken gemaakt van het aantal muizen per soort in 30 braakballen.
Grafiek 1 is van een kerkuil die in een  wat vochtig terrein woont, in de buurt van de Schipbeek/Diepenheimse weg. Rondom de boerderij liggen weilanden met een klein stukje bos.Opvallende vondst van dit onderzoek is de aanwezigheid van een waterspitsmuis
. Voor het gemak noem ik dit kerkuil 1.
oorworm
paardenmestkever
Grafiek 2 is van een kerkuil die in een wat droger terrein woont. Rondom de boerderij liggen weilanden, er zijn wel singels, maar bos is er niet.Opvallend is dat deze kerkuil evenveel bosspitsmuizen als huisspitsmuizen eet. Huisspitsmuizen ontbreken in het geheel in grafiek 1. Huisspitsmuizen houden niet van vochtig terrein, vandaar. Voor het gemak noem ik dit kerkuil 2.
Uit bovenstaande grafieken zou je kunnen opmaken dat kerkuilen voornamelijk leven van spitsmuizen. In aantal misschien wel. Maar als je de grafiek omzet naar het gewicht aan prooidier per soort krijg je een heel ander beeld. Dit komt omdat een veldmuis gemiddeld wel drie keer zo zwaar is als een spitsmuis! Een kerkuil heeft natuurlijk een bepaald gewicht aan prooien nodig om in leven te blijven. Stel dat zijn prooien voornamelijk uit spitsmuizen bestaan, dan moet hij wel drie keer zoveel vangen in vergelijking met een uil die van veldmuizen leeft!

Daarom heb ik nog twee grafieken gemaakt van deze uilen met prooidieren in gewicht.
Uit deze grafieken blijkt dat beide kerkuilen in grammen toch het meest van velmuizen leven.
grafiek 1 van kerkuil 1
kerkuil 2
kerkuil 1
grafiek 2 van kerkuil 2
Teken Gastenboek Bekijk het Gastenboek
See who's visiting this page.